De Brahma heeft een bijzonder majestueuze uitstraling. Dit komt mede door zijn zelfbewuste houding, zijn wijze van lopen en de blik in zijn ogen. De Brahma behoort tot de reuzenrassen en is dan ook flink van formaat.  Daarnaast heeft de kop van de Brahma wel wat weg van de kop van een roofvogel, dit heeft vooral te maken met de flink ontwikkelde wenkbrauwen waardoor ze behoorlijk nors kunnen kijken.

Dit alles is overigens slechts uiterlijke schijn. Het karakter is namelijk juist opvallend zachtaardig. Ze zijn rustig, vriendelijk, zeer verdraagzaam en bijzonder tam.

Andere opvallende uiterlijke eigenschappen van de Brahma zijn de prachtig bevederde poten en flinke donsontwikkeling.

De Brahma heeft een drie rijige erwtenkam, is breed gebouwd en heeft een mooie volle en ronde borst.

Ze leggen lichtbruine tot bijna witte eieren met het volgende gewicht:

Kriel rond de 45 á 50 gram.
Groot rond de 50 á 55 gram.

Het aantal eieren is erg afhankelijk van de omstandigheden waarin ze worden gehouden. Zonder bijlichten zullen ze echter niet tot nauwelijks leggen in de winter en ongeveer 150 eieren per jaar leggen. De leg start dan rond maart en eindigt rond eind oktober.